Mijn verhaal! Lang, maar...!

Tijdens mijn studie Communicatie vroeg een vriendin mij of ik een weekje mee wilde als begeleider op vakantie met verstandelijk gehandicapten. Er was een begeleider ziek en ze hadden met spoed iemand nodig. Ik weet niet waarom, maar ik hoefde daar geen seconde over na te denken en een week later reden we met vier volle bussen zingende vakantiegangers richting het park. De vakantie met deze jongens was er een om nooit te vergeten. Reden genoeg om nog een aantal jaar mee te gaan als vrijwillige begeleider. In die jaren kreeg ik steeds meer het besef dat ik ‘iets’ meer wilde doen. Afgelopen jaren heb ik dan ook in Nederland en in het buitenland vrijwilligerswerk gedaan met en voor diverse stichtingen .

Ik heb altijd al de drive gehad om met kinderen bezig te zijn. Kinderen hebben een eigen drang om zich te ontwikkelen. Elk kind komt op de wereld met een eigen karakter, eigen temperament en zijn eigen mogelijkheden. Elk kind heeft talenten, is rijk en competent. Dit betekent niet dat het kind alles al kan, maar dat het alle instrumenten in huis heeft om zichzelf en de wereld te leren kennen. Maar voor ieder kind is het belangrijk om zich gelukkig te voelen en gewaardeerd te worden om wie ze zijn. Elk kind is waardevol. Elk kind is uniek, leergierig, creatief en wil graag communiceren. Tijdens mijn vrijwilligerswerk ben ik diverse malen in aanraking gekomen met gehandicapte kinderen. Vooral deze kinderen hebben niet altijd de mogelijkheid om te ontdekken waar hun talenten, hun wensen, hun dromen liggen. Deze kinderen hebben soms wat extra aandacht en hulp nodig om ze op de juiste manier te stimuleren. Een mooi verhaal, wat ik jullie niet wil onthouden:

‘In februari 2012 reisde ik af naar Uganda om daar een maand te helpen bij de Stichting Bulungi. Deze stichting geeft – vooral – kinderen (met een beperking) een steuntje in de rug. In een speciale groep in een nursery home in Jinja zitten een aantal kinderen die deze stichting ondersteunt. Een daarvan is Fahad. Toen ik deze bijzondere jongen voor het eerst ontmoette vertelde Renate, de oprichtster van Bulungi, mij een indrukwekkend verhaal…’ “In maart 2010 kwam Renate Fahad tegen tijdens een van haar vele bezoekjes aan de villages in het oosten van Uganda. Ze vond Fahad in een kleine kamer in Bugembe, een stadje net buiten Jinja. Fahad woonde daar alleen met zijn vader. Toen na zijn geboorte bleek dat hij een verstandelijke beperking had, is zijn moeder verdwenen en bleef zijn vader alleen voor Fahad zorgen. Fahad’s vader was overdag weg om de kost te verdienen. Fahad lag de hele dag alleen in de donkere kamer met een radio naast zich om hem een beetje gezelschap te houden.

Toen korte tijd later het idee van de Bulungigroep in het Nursery and Care ontstond, schoot Fahad haar meteen in haar gedachten. Het laatste dat van Fahad bekend was, was dat hij naar een van de villages was gebracht diep in het binnenland. Zijn vader kon de zorg niet meer aan had besloten Fahad naar familie te brengen. Na wat zoeken en navragen bleek Fahad naar een village ver buiten Jinja te zijn gebracht. Meteen kwam ook de boodschap dat het heel slecht met Fahad zou gaan en dat het nog maar de vraag was of hij nog in leven zou zijn. De volgende dag is Renate (met Fahad’s vader) op pad gegaan om Fahad uit de village te halen. Na een tocht van ruim twee uur stopten ze bij een aantal hutjes. Al snel kwam er een vrouw (achteraf gezien bleek dat Fahad’s oma) aangelopen met een kind in haar armen dat ze vasthield als een baby: Fahad.

Fahad was er erg slecht aan toe. De familie wist niet goed hoe ze voor hem moest zorgen en bovendien heerst in Uganda nog altijd het geloof dat kinderen met een beperking behekst zijn of in elk geval een vloek voor je familie. Fahad kreeg nauwelijks te eten en lag de hele dag in zijn eentje in een hut. Zijn situatie was erg slecht. Hij woog nog maar 10 kilo (bleek later in het ziekenhuis) en zat onder de wonden omdat hij – uit verveling – zichzelf pijn deed door over de grond te wrijven. Doordat hij altijd op één kant lag was zijn linkerkant helemaal opgezwollen. Zijn armen en benen kon hij totaal niet meer buigen of strekken, zijn handen niet meer bewegen. Na wat formaliteiten (langs de Local Counseler van de village waar Fahad’s vader op een handgeschreven velletje papier toestemming gaf om Fahad mee te nemen) mocht hij mee naar Jinja.

In Jinja is Fahad meteen naar het ziekenhuis gegaan. Na drie nachten in het ziekenhuis mochten hij -op voorwaarde dat ze elke dag terug zou komen voor zijn antibiotica – mee naar huis. De eerste paar dagen kon hij bijna niet stoppen met eten (in twee weken tijd kwam hij twee kilo aan). Zijn wonden zijn genezen, hij beweegt zijn armen en benen en zijn hoofd. Zijn ziekelijk gelige kleur is weer gezond donkerbruin geworden.

Dagelijks doen we oefeningen met hem om zijn spieren sterker te maken. Eten doet hij nog steeds heel graag. Hij is uitgegroeid tot een buitengewoon vrolijk mannetje dat geniet van alles wat er om hem heen gebeurt. Als Fahad lacht, moet je wel mee lachen of je wilt of niet!”

Terwijl Renate me dit verhaal vertelt ligt Fahad voor me op de grond. Hier moet ik iets mee dacht ik. Niet alleen deze vier weken in Uganda, maar ook als ik straks terug ben in Nederland. Sinds die dag heb ik me voorgenomen om bij te dragen aan het verbeteren van de levenskwaliteit en vooral aan het levensplezier van – vooral – (kwetsbare) kinderen (met een beperking), waar ook ter wereld! Elk kind heeft andere wensen en dromen en vooral ook behoeften om deze te ontdekken, te ontplooien, te communiceren en te realiseren.

Mijn verhaal in het ‘kort’... zoals het begon. Er zullen nog vele verhalen volgen ;)!

“If you think you are too small to make a difference, try sleeping with a mosquito”

Femke de Caluwé